|
Jacob Pieter van Helsdingen (1907-1942) Op 19 januari 1929 werd in de Koninklijke Militaire Academie te Breda een eretafel onthuld met de namen van oud-leerlingen die opgenomen waren in de Militaire Willems-Orde. Onder de aanwezigen bevond zich een 21-jarige Indische jongen die net aan zijn opleiding was begonnen. Jacob Pieter van Helsdingen kon toen nog niet vermoeden dat eens ook zijn naam op het tableau zou prijken. Vlieger in Indië In 1929 had hij bovendien wel wat anders aan zijn hoofd. Zijn studie aan de KMA en het daarbij onvermijdelijke verenigingsleven kostten hem al tijd genoeg. In 1931 keerde Van Helsdingen terug naar Indië, als tweede luitenant der infanterie van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Een jaar later al maakte hij de overstap naar het Wapen van de Militaire Luchtvaart van het KNIL. Van Helsdingen was een opvallende verschijning. Hij hield van snelle auto's, mooie vrouwen en strak gesneden uniformen. Een beetje een showbink, fluisterde zijn omgeving. Maar daarnaast bleek hij op en top een militair. Op 1 juli 1941 werd hij benoemd tot commandant van de nieuwe opgerichte 2e Afdeling van de 5e Vliegtuiggroep. De Afdeling was uitgerust met Brewsters Buffalo en beschikte over een eigen embleem (een neushoorn) en mascotte in de vorm van een doodshoofd met daaronder twee gekruiste beenderen. Hein de Bruin, noemde de vliegers hem. Met de vliegers van deze Afdeling ging Van Helsdingen na de oorlogsverklaring van 8 december 1941 de strijd met de Japanners aan. Op 22 en 23 januari ondernam hij vanuit Borneo als commandant voorvlieger geslaagde duikbomaanvallen op de Japanse transportvloot in de Straat van Makassar. Hij hield er een benoeming tot Ridder der vierde klasse aan over. Dodenvlucht In de weken erop bleef het hectisch. De Japanners zetten hun opmars voort. In de vroege ochtend van 1 maart 1942 landden zij op de noordkust van Java. Zes dagen later was de toestand voor het KNIL al hopeloos. Tussen Bandoeng, de laatste grote stad in Nederlandse handen, en de Japanners lag alleen nog maar de Lembangstelling. Ten einde het moreel van de overgebleven KNIL-militairen op te vijzelen kreeg Van Helsdingen opdracht met de vier overgebleven Brewsters de Japanse troepen voor de Lembang-stelling aan te vallen. Een dodenvlucht, oordeelde hij. Niettemin steeg hij die middag op van het vliegveld Andir, samen met de piloten A.G. Deibel, J.F. Scheffer en G.M. Bruggink. Zij gingen een ongelijke strijd tegemoet. Ooggetuigen zagen later die dag een vliegtuig in een glijvlucht neerstorten. Het was het toestel van Van Helsdingen. Zijn lichaam werd nooit teruggevonden. Na de oorlog kwam de dankbaarheid. In 1948 werd Van Helsdingen postuum bevorderd tot Ridder der derde klasse wegens zijn van hoge offensieve geest en offerbereidheid getuigende optreden in de laatste dagen van de strijd tegen Japan. Hij behoort daarmee samen met schout-bij-nacht Doorman tot de enige Nederlandse militairen die voor hun daden tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn onderscheiden met de Militaire Willems-Orde der derde klasse.
|