terug

 

  

Charles Louis Jean François Douw van der Krap (1908-1995)

Op 31 augustus 1939 arriveerde luitenant ter zee derde klasse Charles Louis Jean François Douw van der Krap aan boord van het passagiersschip Dempo in de haven van Rotterdam. De vierjarige tropenterm zat erop, het rustige Holland wachtte. Van een tropenverlof kwam echter niets vanwege de afkondiging van de algemene mobilisatie. Het was het begin van een reeks avonturen die in een boek niet zou misstaan. Dat boek kwam er ook, in 1981: Contra de Swastika. Veel eerder, in december 1949, ontving hij uit handen van Prins Bernhard de Militaire Willems-Orde.

Mei 1940

Het begon allemaal op de Balder, een oude kanonneerboot waarover Douw van der Krap het commando kreeg. In mei 1940 was het schip toe an een revisiebeurt. Douw van der Krap verbleef in Rotterdam, waar hij op 10 mei 1940 getuige was van de Duitse inval. Vol woede stelde hij zich aan het hoofd van een afdeling ongeoefende marinetroepen, vast van zin de Duitse doortocht naar Den Haag te stoppen. Die drang om de strijd tegen de vijand aan te gaan, zou hem de gehele oorlog niet meer verlaten. Daaraan veranderde ook de capitulatie van Nederland op 15 mei 1940 niets. Voor mij als marineofficier moet de oorlog nog beginnen, hield hij zijn mannen voor. Hij weigerde dan ook de erewoordverklaring te tekenen dat hij niet meer aan de strijd zou deelnemen. Krijgsgevangenschap was het gevolg.

 Vlucht en verzet

Een reeks van kampen volgde: Soest, Juliusberg, Colditz en Stanislau. Douw van der Krap liet zich niet intimideren. Hij wilde naar Engeland. Zijn veertiende vluchtpoging was succesrijk. Via een zelf gegraven tunnel wist hij zich uit Stanislau te bevrijden. Hij bereikte Warschau en sloot zich aan bij het ondergrondse leger, de Armia Krajowa. De stad was een heksenketel, vol geweld, terreur, angst en haat. In augustus 1944 brak de opstand uit die zou uitlopen op een bloedbad. Douw van der Krap wachtte de afloop niet af. Als chauffeur Teunis Sülze keerde hij in het kielzog van het Nederlandse personeel van de ontmantelde Philips-fabriek in Karolkowa terug in Nederland. Daar meldde hij zichaan bij de Landelijke Knokploegen en verrichtte hand- en spandiensten tijdens de Slag om Arnhem. In de nacht van 21 op 22 oktober 1944 wist hij met een groep van de 1st Airborne Division bevrijd gebied te bereiken. Eindelijk, na meer dan vier jaar omzwerven, was de weg naar Engeland vrij. In Londen wachtte hem een nieuw avontuur. Begin 1945 vertrok hij op de Hr.Ms. Heemskerck naar Nederlands-Indië om tegen de Japanners te strijden. Mei 1946 keerde Douw van der Krap terug in Rotterdam, de verwoeste stad waar hij zes jaar daarvoor zijn strijd contra de swastika was begonnen. Zijn odyssee was ten einde.

Collectie Legermuseum, inv.nr.00266643