|
|
Koningin Wilhelmina (1880-1962) Uit handen van Koningin Juliana ontving Prinses Wilhelmina op 7 oktober 1948 de versierselen van het Grootkruis der Militaire Willems-Orde. De plechtigheid vond plaats op de Sonsbeekweide te Arnhem, in aanwezigheid van detachementen van de krijgsmachtdelen, de Koninklijke Militaire Kapel en een groot aantal hoogwaardigheidsbekleders. Het was een passend eerbetoon aan de vrouw die als een moeder de vaderlands haar onderdanen door de bezettingstijd had geloodst. Duitse inval Wilhelmina was van jongs af aan gefascineerd door het militaire. De Atjeh-rapporten die zij als kind had gelezen en de ontmoeting in 1904 met generaal Van Heutsz, misten hun uitwerking niet. Wilhelmina wenste een strijdbaar Nederland met een goed geoefend en gedisciplineerd leger dat de grenzen kon verdedigen. Niet iedereen dacht er zo over. Tal van verantwoordelijken lagen te slapen op het oorkussen, dat neutraliteit heet, schreef zij later in haar memoires. Men reageerde in haar ogen dan ook te laat op de dreigende Duitse inval. Op 10 mei 1940 was die inval een feit. Wilhelmina trad met een proclamatie naar buiten, een vlammend protest tegen deze voorbeeldloze schending van de goede trouwe en aantasting van wat tussen beschaafde staten behoorlijk is. Het liefst was zijn naar de Grebbelinie gegaan om het lot van de krijgsman te delen en, zoals Willem III het uitdrukte: als de laatste man te vallen in de laatste loopgraaf. Dat was onmogelijk. Op 13 vertrok zij naar Engeland, in de hoop weer snel te kunnen terugkeren. Het zou vijf jaar duren; vijf moeilijke jaren, met besluiteloze ministers en onheilspellende berichten uit Nederland. Londen Wilhelmina voelde zich geregeld als Job in de tijd van zijn rampspoed. Soms waren er mooie momenten: de gesprekken met de Engelandvaarders bijvoorbeeld, of de uitreiking van de Militaire Willems-Orde, het Kruis van Verdienste of het Bronzen Kruis aan verzetsstrijders en militairen. Dat sterkte haar in het optimistische visie op het Nederlandse volkskarakter. Ik wist, dat de rampen prachtige eigenschappen tevoorschijn zouden roepen: vrijheidsliefde, onbuigzaamheid, stoerheid, moed, durf, taaie volharding. Met bezielde radiotoespraken probeerde zij het Nederlandse volk aan deze eigenschappen te herinneren en een hart onder de riem te steken. Na de bevrijding keerde Wilhelmina terug in Nederland, geestdriftig toegejuicht en vol nieuwe plannen. In Londen was hard gewerkt aan een vernieuwing van het politieke bestel. Deze bleef uit, tot teleurstelling van de koningin. Op 4 september 1948, vier dagen na haar gouden regeringsjubileum, deed zij afstand van de troon. Nog diezelfde dag nam Koningin Juliana haar eerste besluit: de benoeming van haar moeder tot Ridder der eerste klasse van de Militaire Willems-Orde. |