terug

 

  

Brunita Josepha Mulder-Gemmeke (1922)

In zekere zin betekende de oorlog voor Jos Gemmeke een bevrijding uit het deftige Haagse katholieke milieu waarin ze was opgegroeid. Via haar vriend Cock van Paaschen raakte zij verzeild in de wereld van de illegale pers. Geregeld sloten zij zich op in het Haagse Vredespaleis om het gehele weekeind te werken aan het opmaken  en stencilen van een nieuwe 'Je Maintiendrai'

Verzet

De activiteiten namen snel toe. Onderduikers werden ondergebracht, gestolen bonkaarten gedistribueerd en wapens, zenders en microfilms met informatie vervoerd. Het bracht Els van Dalen, zoals haar schuilnaam in het verzet luidde, herhaaldelijk in benarde situaties. Dankzij haar intuītie en vrouwelijke charmes redde zij zich er steeds weer uit. De angst was er niet minder om. In oktober 1944 vertrok zij per fiets vanuit Den Haag om militaire informatie te bezorgen in het hoofdkwartier van Prins Bernhard te Brussel. In haar schoudervullingen en poederdoos verborg zij de microfilms met informatie over de Duitse troepenconcentraties en de lanceerplaatsen van de V-1's en V-2's. Het was een op het eerste gezicht kansloze onderneming, die bij Heusden, bij de door de Duitsers bezette brug over de Maas, leek te stranden. Er was geen doorkomen aan, totdat de brug door geallieerde vliegtuigen onder vuur werd genomen. Zij zag haar kans schoon. Als een razende fietste zij over de door de Duisters verlaten brug. Wonder boven wonder bereikte zij de overkant. Jaren later kwam zij erachter dat haar latere echtgenoot J.N. Mulder commandant was van het squadron dat de brug op die bewuste dag had beschoten.

Een vrouwelijke ridder

Zij leverde de berichten af in Brussel. Een paar dagen later vloog ze naar Londen, waar ze als zelfstandige agente van het Bureau Bijzondere Opdrachten een parachutistenopleiding kreeg. Op 10 maart 1945 werd ze boven een weiland bij Nieuwkoop gedropt. Vanwege het slechte weer vloog het vliegtuig te laag. Jos Gemmeke kwam ongelukkig terecht en liep een permanente beschadiging aan haar rug op. Het weerhield haar er niet van de rest van de oorlog actief te blijven. In 1951 ontving zij voor haar activiteiten de Militaire Willems-Orde. Het was groot nieuws: eindelijk werd naast koningin Wilhelmina een vrouw tot ridder geslagen. Zij heeft zich met gemak weten te handhaven tussen alle mannelijke Ridders.

Collectie Legermuseum, inv.nr.00159175