'Menige knevel trilde en een zenuwachtig lachje moest een traan wegwerken.'
Waterloo vervulde voor het jonge Koninkrijk der Nederlanden een symboolfunctie: de overwinning op Napoleon bewees dat Nederland na de jaren van Franse bezetting nog meetelde en dat Hollandse heldenmoed nog bestond. De gebeurtenissen op het slagveld bij Waterloo verlosten koning Willem I bovendien van een lastig probleem. Na de instelling van de Militaire Willems-Orde op 30 april 1815 was uitvoerig gesproken over de wenselijkheid militairen die in het verleden een Franse onderscheiding hadden ontvangen op te nemen. Na Waterloo hoefde dat niet meer. Er waren plotseling genoeg kandidaten. De Militaire Willems-Orde kon een zuiver nationale zaak blijven.
Op 30 juli 1815 vond de eerste grootscheepse uitreiking van de nieuwe onderscheiding plaats, in het Noord-Franse St. Denis, nabij Parijs. Het was het begin van een lange reeks ceremonies. In totaal werden voor hun daden bij Quatre Bras en Waterloo 1004 Ridders benoemd. Die plechtigheid te St. Denis was al snel omgeven door de nodige romantiek. 'Menige knevel trilde en een zenuwachtig lachje moest een traan wegwerken', schreef een latere geschiedschrijver met gevoel voor dramatiek.
In werkelijkheid was de plechtigheid niet zonder praktische problemen. Waterloo was in zekere zin te vroeg gekomen. Er waren onvoldoende kruisen aangemaakt. Tal van gedecoreerden moesten genoegen nemen met alleen het lint, terwijl het later toegezonden kruis ook nog eens van inferieure kwaliteit bleek te zijn.