|
Goose Morre (1805-1844) Op 5 februari 1831 vloog Van Speyk met zijn kanonneerboot en bemanning de lucht in. De golf van vaderlandsliefde die Nederland na deze heldendood overspoelde, miste ook op Goose Morre zijn uitwerking niet. Het 'liever de lucht in' dreunde nog lang na in het hoofd van deze verre verwant van de dappere luitenant ter zee. Morre wist wat hem te doen stond. Het resultaat staat te lezen in het Register van de Militaire Willems-Orde: 'Op de Citadel van Antwerpen en by gelegenheid van het Bombardement dier sterkte bijzonder uitgemunt. Den 14 December 1832 bij het nemen der Lunet St. Laurent den Regter Arm en de Linkerhand verloren.' Achter die onhandige formulering gaat een klein drama schuil dat veel onthult over het overspannen vaderlands gevoel van die dagen. Belgische Opstand Goose Morre groeide op in een kleinburgerlijk gezin en leek voorbestemd in de voetsporen van zijn vader te treden. De Belgische Opstand besliste anders. Vervuld van haat jegens de muitzieke Belgen, besloot Morre als vrijwilliger te helpen bij de verdediging van Nederlands militaire eer. In oktober 1830 werd hij ingedeeld bij de 1e compagnie van het 2e bataljon van de Tiende Afdeeling Infanterie. Voorlopig kon Morre weinig uitrichten. Hij bracht zijn dagen door met exerceren. Omdat hij tijdens de Tiendaagse Veldtocht (2-12 augustus 1831) ziek was, kwam Morre te laat in Antwerpen om nog iets te kunnen betekenen. Moedeloos wierp hij menigwerf eenen vochtigen blik naar het plekje, waar Van Speyk het leven voor het Vaderland had opgeofferd, en zuchtte dat hij zoo weinig voor hetzelve doen kon. Ruim een jaar later, tijdens de beroemde belegering van de Citadel van Antwerpen, kreeg Morre een herkansing. De Citadel van Antwerpen De Citadel was de laatste post die de Nederlanders na de Tiendaagse Veldtocht nog op Belgisch grondbezit bezetten. Zij was het symbool van de hardnekkigheid waarmee koning Willem I weigerde zich bij de afscheiding van België neer te leggen. Eind 1832 bereidde een enorme Franse troepenmacht zich voor op de herovering van het fort. Het beleg duurde 24 dagen en richtte veel menselijk leed aan. Op de vroege morgen van de 14e december 1832 wisten de Fransen een bres te slaan in het Lunet St. Laurent, een buitenwerk van de Citadel. Morre stond er op dat moment schildwacht. Hij weigerde te vluchten en probeerde de tegenstanders tegen te houden. De afloop laat zich raden. Zwaargewond door bajonetsteken en musketkogels werd hij afgevoerd naar een nabij gelegen hospitaal. Morre kwam er weer bovenop, maar moest voortaan zijn rechterarm en linkerhand missen. Een deerlijk verminkte held was geboren. Eenmaal teruggekeerd in het vaderland werd Morre vertroeteld door de prinses van Oranje, toegezongen door zijn strijdmakkers en vereeuwigd in een gravure en een biografische schets. Op 11 maart 1834 volgde zijn benoeming tot Ridder der vierde klasse van de Militaire Willems-Orde. Lang heeft Morre niet van zijn roem kunnen genieten. In 1844 overleed hij, 39 jaar oud.
Collectie Legermuseum, inv.nr.00100932 |