In 1864 en 1866 behaalde het Pruisische leger grote overwinningen met zijn Dreyse naaldvuurgeweer. Alle Europese legers zijn onder de indruk en beginnen een speurtocht naar een geschikt achterlaadgeweer. Vele beproevingen vinden plaats, waaronder ook in Nederland.
In 1867 besluit het Nederlandse leger (naar Brits voorbeeld) tot de transformatie van haar voorlaadgeweren naar het achterlaadsysteem van Snider. De ombouw van de wapens wordt als tijdelijke maatregel gezien tot het moment dat het leger een geschikt achterlaadgeweer heeft gevonden.
|
Edouard De Beaumont, uitvinder en fabrikant van het Beaumont geweer (foto: H. de Lijser) |
In 1870, na vele achterlaadsystemen zoals Peabody, Remington, Cooper, Comblain, Jenks en Benson-Poppenburg besluit het Nederlandse leger tot invoering van het Beaumont geweer als opvolger van de Snider. Het wapen wordt officieel aangeduidt als model 1871 infanterie geweer klein kaliber. Dit wapen, in het kaliber 11,4 x 51 R is ontworpen door de Maastrichtse wapenhandelaar Edouard de Beaumont. Zijn inspiratie heeft hij aan de overzijde van de grens gehaald, namelijk uit Luik. Het mechanisme (geheel identiek, maar dan met een naaldvuurontsteking) was reeds bedacht door de Luikse wapenfabrikant J.J. Cloes. Deze had op zijn beurt inspiratie opgedaan bij het Franse Chassepotgeweer. De werking van de grendel is gelijk als bij het Franse infanteriegeweer, maar de platte slagveer in de grendelarm lijkt te zijn ontleend aan het Mauser Norris geweer dat in 1867 in Duitsland was beproefd.
De Beaumont geweren werden besteld bij de werkplaats van Edouard de Beaumont (die ze op zijn beurt tussen 1870 en 1874 laat vervaardigen bij Simson, Göbel en Bornmüller in Suhl), P. Stevens te Maastricht en de Werkplaats voor Draagbare Wapenen te Delft. Zeldzamer zijn de exemplaren die in Luik zijn vervaardigd waaronder 20 exemplaren die in 1869 als prototype zijn vervaardigd bij de firma G. Mordent. Een aantal Beaumont geweren zijn nog bij de Manufacture dArmes in St. Étienne (Frnakrijk) vervaardigd voorafgaand aan het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog in 1870. Enkele duizenden lopen voor Beaumont geweren die daar klaar lagen voor levering aan Nederland zijn echter geconfisqueerd door de Franse regering en hergebruikt op Franse geweren. Door de oorlog kon de Franse fabriek niet meer leveren, waarna de bestellingen in Maastricht en Delft plaatsvonden. In totaal zijn er tussen 1869 en 1880 meer dan 138.000 Beaumont geweren vervaardigd voor het Nederlandse leger.
|
Een Beaumont Vitali met patroonhouder op een jasje van een korporaal-scherpschutter met patroonhouder, scherpe patroon en losse flodder |
De bereden troepen ontvingen geen Beaumont geweren aangezien het mechanisme met de slagveer in de rechte grendelsteel niet geschikt bleek om op de rug te dragen. Deze troepen ontvingen Remington Rolling Block karabijnen. Tussen 1872 en 1874 zijn er een 150-tal Beaumont geweren beproefd door het Franse leger en ook het Duitse leger heeft een onbekend aantal exemplaren beproefd voorafgaand aan de invoering van het Mauser geweer model 1871. Tenslotte hebben in 1887 nog proefnemingen in Denemarken plaatsgevonden met Nederlandse Beaumont geweren.