Sergeant, als brigadecommandant van het Korps Marechaussee te Atjeh (± 1905). Bewapend met de KNIL-karabijn M95, de klewang en uitgerust met de kortelings (1907) ingevoerde beenwindsels en de bruine bamboehoed, is deze sergeant zwaar uitgerust voor een expeditie. Om de hals draagt hij aan een ketting een tirailleerfluit en om alles precies op tijd te laten verlopen. In de linkerborstzak een van rijkswege verstrekt horloge aan een ketting. De speciaal voor de marechaussee ontworpen stoffen oranje kraagpatten, bloedvingers genoemd, en de modeldecoratie completeren dit typische KNIL-tenue.