terug

Onderofficier flankeur van de Oost-Indische Troepen (± 1825).

Onderofficier flankeur van de Oost-Indische Troepen (± 1825). Het flankeur zijn komt in deze tenue tot uiting in de groene bal op de sjako en de groene wollen epauletten met afhangende franje. Extra, goed benageld schoeisel werd rechts en links aan de bruin linnen ransel gedragen. De bewapening bestond uit een vuursteengeweer met bajonet en een korte sabel van de onderofficier. In 1821 werd bepaald dat alleen flankeurs knevels mochten dragen.