Ingevoerd in 1898. In eerste instantie als cavalerie-karabijn in gebruik genomen, hetzelfde jaar gewijzigd door het verwijderen van de mondingsband en magazijnbekleding, en plaatsing van de kordonbeugels aan de onderkant van de lade. Vervolgens ongewijzigd in gebruik gebleven tot 1942. Slechts twee varianten zijn bekend: een serie van 200 karabijnen voor de Koninklijke Militaire Academie in Breda, genummerd van 1 tot en met 200 met achter het nummer de letters K.M.A., en een marechaussee karabijn, die van een bajonethaft is voorzien. Enkele van deze wapens zijn bekend, maar het is niet duidelijk of de modificatie officieel was. Produktie ongeveer 28.000 stuks.