terug

Ingevoerd in 1898 voor de cavalerie. Aanvankelijk voorzien van een mondingsband en kordonbeugels aan de onderkant van de lade. In 1899 verviel de mondingsband en werden de kordonbeugels naar de linkerzijkant van de lade verplaatst. Daarbij werd het magazijn aan de linkerkant voorzien van een houten bekledingsstuk. In 1902 werd de kolfplaat vervangen door een zogeheten kolfrand. In 1912 voorzien van een bovenband met bajonethaft, bij invoering van de bajonet  No. 3. De schede was verschillend van die van de geweer- en de latere genie-bajonet: bij de cavalerie was de bajonetschede voorzien van een 7 cm hoge messing oorband.

Aangezien de karabijnloop iets dunner was als de geweerloop, en de banden met bajonethaft dus niet uitwisselbaar waren, werd de band bij de karabijn gemerkt 'CAV'. Nadat hetzelfde model bajonethaft in 1917 ook bij de geniekarabijn was ingevoerd, werd dit gewijzigd in 'KAR' voor zowel de genie- als de cavaleriekarabijn. 

In 1933 en 1934 werd de onderste kordonbeugel vervangen door een zogeheten kordonplaat, met daaraan een ring. De karabijnriem werd door een mousquetonhaak aan deze ring bevestigd. Produktie ongeveer 10.000 stuks. De hier getoonde versie is de uitvoering uit de periode 1902-1912.

Karabijn M.95 cavalerie, no.001297 Karabijn M.95 cavalerie, no.001297

Karabijn M.95 cavalerie, no.001297
De zogeheten kolfrand; in 1902 ingevoerd ter vervanging van de reguliere kolfplaat.