Tot nog toe zijn Nederlandse specialisten er niet in geslaagd uitbundige kennis op te bouwen over harnassen. Dat komt doordat ons land geen dynastieke harnascollecties kent, maar ook omdat (dergelijke) collecties ook in latere jaren niet bijeen gebracht zijn. Enkele serieuze particuliere verzamelaars konden/kunnen bogen op gedegen kennis, maar de institutionele collecties hebben niet de kennis voortgebracht die nodig is om hun weinige harnassen in een militair-historisch en wapenhistorisch perpectief te kunnen plaatsen.
De bijkans enige uitzondering vormt de voormalige en inmiddels overleden Legermuseum-conservator drs. R.B.F. (Rob) van der Sloot. Hij deed pionierswerk met serieuze inspanningen om oorspronkelijk onderzoek te doen naar Nederlandse harnassen, daarbij ondersteund door eminente wetenschappers uit het buitenland als Russell Robinson en Bruno Thomas. Dat heeft geresulteerd in enkele publicaties, waarvan het artikel Harnassen uit einde 16e en begin 17e eeuw in de Noordelijke Nederlanden [1] het meest markant is. Van der Sloot publiceerde daarna andere artikelen en aantekeningen over Nederlandse 17e eeuwse harnassen en over harnassen in Nederlandse collecties. Het gaat daarbij in het bijzonder over de 45 Pompeo-harnassen in de collectie van het Amsterdams Historisch Museum, en over het harnas uit 1515 in Italiaanse stijl van hertog Karel van Egmond, dat bewaard wordt in de Eusebius-kerk in Arnhem.
Van der Sloot heeft zich ook inspanningen getroost om een harnas te verwerven dat geschikt zou zijn voor het Legermuseum. Hij wilde een harnas bemachtigen dat daar ongeacht stijl, land van herkomst of maker, tentoongesteld zou kunnen worden. Het feit dat het museum destijds geen substantieel acquisitiefonds kende, leidde in ieder geval in dit opzicht tot een gedwongen passieve collectieverwerving.
Tegen die achtergrond werd, teneinde in de museale presentatiebehoefte te voorzien, in 1953 van de Dienst Rijksverspreide Kunstvoorwerpen (nu het Instituut Collectie Nederland) een volledig harnas in bruikleen verkregen. Dat harnas is thans te zien in semi-permanente tentoonstelling Ridder Roderik. Een Middeleeuws avontuur (standplaats expo 1692, 3-32-3).
In de collectieregistratie wordt de Saksische harnassmid Peter von Speyer gegeven als maker van dit harnas, dat zou zijn vervaardigd tussen 1535 en 1544. De overwegingen daarachter zijn echter niet te traceren. Omdat het harnas zeker op het eerste gezicht weinig Speyeriaans aandoet, en omdat enkele onderdelen als merkwaardig in het oog springen, is hernieuwd onderzoek van dit harnas nodig. Daartoe is het harnas in 2005 aan een nadere studie onderworpen. Alle samenstellende onderdelen zijn afzonderlijk onderzocht en vervolgens gefotografeerd en beschreven. Dat bracht diverse incongruenties aan het licht, zowel van authenticiteit en homogeniteit van het harnas, als van de validiteit van de toeschrijving aan de maker.
[1] In: Het Nederlandsch Kunsthistorisch Jaarboek 1959. |
|