door Gert Groenendijk [1] in Armamentaria 40: Jaarboek Legermuseum 2005/2006 (Delft, 2005), 58-75.
De toeschrijving van eeuwenoude harnassen aan een gekende maker is vaak een uiterst hachelijke zaak. Dat in het verleden de wens mogelijk de vader van de toeschrijving is geweest, laat zich illustreren aan de hand van een monumentaal harnas dat sinds de jaren vijftig in het Legermuseum staat tentoongesteld. Nauwgezette autopsie van dat harnas dwingt tot een herwaarding.
Oorspronkelijk is het harnas in de eerste plaats een defensief wapen. Het heeft tot doel het lichaam van de krijgsman en van zijn paard tegen de aanval van de tegenstander te beschermen. Dit verklaart ook de grondvorm van zijn constructie, dit verklaart de wijze waarop zijn onderdelen zijn samengevoegd en verbonden, het technisch samenstel, de keuze en de bewerking van het materiaal. De strijd als ernst en als spel, de verdediging van het eigen leven en de voorbereidende oefeningen als sport bedreven, hebben het harnas nodig gemaakt, hebben het doen ontstaan en steeds gewijzigd, al naar wisselende eisen van de praktijk.[2]
Aanleiding
Van november 2004 tot februari 2005 presenteerde het Legermuseum de tentoonstelling Heavy Metal. Die expositie was een verrassende mix van audio-visuele performance, theatrale verbeelding en klassieke presentatie. In een multidisciplinaire omgeving bood het museum een selectie van topstukken uit harnassencollecties uit diverse Europese musea. Daarmee wilde het museum bij een groot publiek aandacht vestigen op deze, vaak prominente uitingen van vakmanschap en kunstnijverheid, die van de late Middeleeuwen tot ver in de 18e eeuw blikvangers waren in de maatschappij. In december 2004 werd de collectie bovendien versterkt met een in opdracht van het museum vervaardigde replica van een kinderharnas van Prins Maurits.
De genoemde expositie en de aangeschafte replica illustreren ook een hiaat in de rijke collectie die het museum beheert: aansprekende harnassen, in het bijzonder een Noord-Nederlands ruiterharnas, worden node gemist. In de expositie wordt getracht dat op te vangen met bruiklenen én met het tournooiharnas van Duitse makelij, dat in de semi-permanente tentoonstelling Ridder Roderik is te zien. Volgens de registatiegegevens is dit een harnas van de hand van de gerenommeerde Duitse harnassmid Peter von Speyer, die leefde in de 16e eeuw. Kortom, een meesterwerk, een topstuk.
Dat bezit is op het eerste gezicht een plezierige constatering. Maar bij nadere beschouwing van het harnas dringen zich vragen op die onrustig maken. Zo lijkt het harnas in niets op andere harnassen van dezelfde maker. Waarom is het eigenlijk onopgemerkt gebleven? Anders gezegd, rekenen we ons niet rijker dan we zijn? Deze bijdrage wil duidelijkheid verschaffen. In het eerste deel hiervan wordt ingegaan op de determinatie van het harnas. Het tweede deel biedt een uitvoerige objectbeschrijving op onderdelen.
[1] Gert Groenendijk is sinds 2003 algemeen directeur van het Legermuseum. |
|
[2] In: Thomas. GSW, 1938, 511. |
|