terug

Na de val van Napoleon in 1815 ontstonden het Koninkrijk der Nederlanden en de Koninklijke Landmacht. Generaal R.D. Tindal (1773-1834), een man die voor Napoleon had gevochten, diende een voorstel in voor vlaggen geďnspireerd op het Franse voorbeeld. De schilder J.W. Pieneman (1779-1853) maakte voor koning Willem een kenmerkend ontwerp met de 'W' en de naam van het regiment of onderdeel aan de voorkant en het Rijkswapen op de achterkant, beide op een oranje zijden veld geschilderd. Dit dient nog steeds als voorbeeld, met dat verschil dat de initiaal aangepast wordt aan de naam van de regerend vorst(in), die het vaandel volgens de traditie uitreikt aan een nieuw regiment. De vaandeltop, ontworpen door de beeldhouwer G.L. Godescharle (1750-1835), wordt vandaag de dag nog ongewijzigd gevoerd. Alleen het vaandeldoek heeft een wijziging ondergaan. Sinds 1893 worden de doeken geborduurd en niet meer beschilderd. Krijgsverrichtingen mochten vanaf 1896 op de vaandels worden vermeld.

In de moderne oorlogvoering werd het steeds belangrijker verspreid en zo goed mogelijk gecamoufleerd te vechten. Vlaggen verloren hun functie op het slagveld. De symbolische betekenis - trouw aan vorst en vaderland, traditie van de eenheid als groep van door het lot verbonden mensen - bleef echter behouden. Om die reden kregen ook niet-gevechtseenheden in de loop van de twintigste eeuw vaandels.