terug

Vlaggen worden al meer dan 4000 jaar gebruikt. Op voorwerpen en wandschilderingen uit de Oudheid vinden we afbeeldingen ervan terug. De eerste vlaggen waren echter niet van textiel, maar bestonden uit een houten of metalen stok met een snijwerk of gegoten beeldje op de top dat een herkenbare symbolische of religieuze betekenis had. Het was een totem waarmee men signalen kon zenden, anderen informatie kon geven of onder welke/wiens beschermende macht men kon handelen. Deze vlagachtige emblemen werden wereldwijd, van cultuurvolk tot nomadenstam, van Azië tot Europa, voor diverse politieke en religieuze doeleinden gebruikt en ook voor het krijgsbedrijf. Het waren de Romeinen die het gebruik ervan binnen het leger perfectioneerden. Ieder veldteken had een eigen functie, die de soldaat moest herinneren aan zijn taak, legioen, god en keizer. Om deze herkenbaarheid te vergroten werden aan de stok linten, dierenstaarten en uiteindelijk stukken stof bevestigd en leken ze al meer op de vlaggen die wij vandaag de dag kennen. In China werden waarschijnlijk voor het eerst grote stukken stof aan een vlaggenstok bevestigd en dit gebruik verspreidde zich naar het Nabije Oosten. De Arabieren kenden hun dynastieën en individuele leiders kleuren toe, die hun oorsprong vonden in de godsdienst. Daardoor werden vlaggen in verband gebracht met de profeet Mohammed en werd de strijder herinnerd aan het doel waarvoor gevochten werd. Dit vlaggebruik werd via de kruisvaarders die het op weg naar het Heilige Land leerden kennen in het Westen geïntroduceerd. Tot dan toe had men in onze streken tijdens de strijd alleen gebruik gemaakt van kleine vlaggetjes die eerder een decoratieve dan een functionele betekenis hadden. Van symboliek of traditie was geen sprake en in de wirwar van helmen en harnassen was de vijand tijdens het gevecht nauwelijks te herkennen. Door de kruistochten hadden de meegevoerde vlaggen erkenning gekregen als middel om privileges aan te duiden of aanspraken op land te kunnen maken. Gecombineerd met de Arabische gebruiken, werd ook de Westerse vlag een sterk symbool van gezag, traditie, ideologie en godsdienst.

De vlaggen werden, afhankelijk van doel en opdrachtgever, op verschillende manieren gemaakt. Zo kon het vlaggendoek van linnen, katoen of zijde, eenvoudig of in ingewikkelde patronen geweven zijn, enkeldoeks of dubbeldoeks, en de symbolen konden worden beschilderd, geappliqueerd of geborduurd. Grote formaten werden gemaakt door stukken textiel aan elkaar te naaien.