terug

1784

Deze zijden vlag uit de Indische archipel, gedecoreerd met een tweesnijdend zwaard en diverse geometrische ornamenten aangebracht in een uitsparingstechniek, werd door Jacob Pieter van Braam in 1784 veroverd op de Boeginezen in de Straat van Malakka. De Boeginezen, van oorsprong zeevaarders en handelslieden, ondermijnden met sluikhandel de positie van de VOC. Van Braam moest met een strafexpeditie orde op zaken stellen in de Oost. Tijdens de gevechten met de Boeginezen werden 27 vaandels veroverd, waaronder dit fraaie exemplaar. Na terugkomst in Nederland werden de vaandels aangeboden aan Stadhouder Willem V en opgehangen in de Ridderzaal te Den Haag.

Het tweesnijdend zwaard, de Dhu al-faqar, is het wapen van de neef van de profeet Mohammed, Ali Ibn Aboe Talib (599-661). Talib ontving het zwaard van Mohammed en was er tijdens de Heilige Oorlog onoverwinnelijk mee. Het wapen werd een belangrijk Islamitische strijdsymbool met religieuze waarde dat in gestileerde vorm als Indisch rijksteken op veel vlaggen is afgebeeld.

Vlag, versierd met witte Dhu al-faqar en diverse ornamenten op rode ondergrond, langs de boven- en onderzijde omzoomd met een geornamenteerde blauwe baan no. 112884
Vlag, versierd met witte Dhu al-faqar en diverse ornamenten op rode ondergrond, langs de boven- en onderzijde omzoomd met een geornamenteerde blauwe baan