terug

Inzet: februari 1961 - januari 1963

Papoea Vrijwilligerskorps

Alhoewel de ministerraad reeds in december 1959 accoord ging met de instelling van een Papoea Vrijwilligerskorps (PVK) duurde het nog tot februari 1961 voordat koningin Juliana het Koninklijk Besluit kon tekenen waarbij de instelling van het korps een feit werd.

Aangetreden compagnie van het Papoea Vrijwilligers Korps, in korte broek en hoed met donkere pluim no. 00146990
Aangetreden compagnie van het Papoea Vrijwilligers Korps

Het PVK werd een zelfstandig onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht. Vanaf de oprichting bleef de plaats van het PVK in de militaire structuur echter niet helemaal duidelijk. In de eerste instructie voor het PVK was vastgelegd dat het korps rechtstreeks onder bevel van de gouverneur van Nederlands Nieuw-Guinea stond, die tevens opperbevelhebber van de strijdkrachten aldaar was. De Commandant† Strijdkrachten In Nieuw-Guinea (COSTRING), die de Nederlandse strijdkrachten operationeel onder zijn bevel had, was het hier niet mee eens en wenste het PVK onder zijn gezag te voegen.

Groep van het 1e peloton PVK
Een groep van het 1e peloton PVK

Voor het korps werd Nederlands kader beschikbaar gesteld uit de verschillende krijgsmachtdelen Koninklijke Marine (20 man), Koninklijke Landmacht (13 man) en Koninklijke Luchtmacht (11 man). Commandant werd kolonel der mariniers W.A. van der Heuven. In september 1961 werd met de werving begonnen. Onder de jonge Papoeaīs bestond veel belangstelling, het aantal gegadigden was een veelvoud van het aantal dat geplaatst kon worden. Uit de kandidaten werden tweehonderd recruten geselecteerd die op 1 november met de opleiding konden beginnen.

Marcherende manschappen van de compagnie van het Papoea Vrijwilligers Korps, in korte broek en hoed met donkere pluim, met geweer no. 00146991
Marcherende manschappen van†het Papoea Vrijwilligers Korps

Zij werden gelegerd in de speciaal voor hen gebouwde Legerplaats Arfai,† ongeveer vijftien kilometer ten zuiden van Manokwari tegen het Arfakgebergte. De persoonlijke bewapening bestond uit een karabijn en kapmes, het uniform uit een groen gevechtstenue dat met enige aanpassingen tevens als een fraai uitgaanstenue kon worden gebruikt. Een casuaris prijkte op het eigen korpsembleem.

Peloton van het Papoea Vrijwilligers Korps bij het aanboordgaan van een troepentransportvliegtuig C-47 van de Koninklijke Luchtmacht no. 00240226
Peloton van het Papoea Vrijwilligers Korps†gaat aan boord van een troepentransportvliegtuig C-47 van de Koninklijke Luchtmacht

Reeds na vier maanden opleiding werd door de Commandant Strijdkrachten in Nieuw-Guinea reeds geÔnformeerd of eenheden van het PVK op korte termijn ingezet zouden kunnen worden. De korpscommandant reageerde hierop door de beste recruten in vijf pelotons te plaatsen, die vervolgens klaargestoomd werden voor het zelfstandig opsporen en onschadelijk maken van kleine groepen infiltranten in de oerwouden en moerassen. Bij de bestrijding van grotere groepen infiltranten was het de taak van de PVK-pelotons om de Nederlandse troepen op het spoor van de infiltranten te zetten.

Een aangetreden peloton van het Papoe Vrijwilligers Korps bij het hijsen van de Morgenster, kort na het hijsen van de Nederlandse Vlag no. 00240224
Een aangetreden peloton van het Papoe Vrijwilligers Korps bij het hijsen van de Morgenster, kort na het hijsen van de Nederlandse Vlag

Deze vijf pelotons bestonden uit 25 Papoeasoldaten onder leiding van een Nederlandse pelotonscommandant en opvolgende pelotonscommandant, vier officieren en zes onderofficieren waren hierbij ingedeeld.

Presentatie van de uniformen van het Papoea Vrijwilligerskorps in het Ministerie van KolonieŽn aan het Plein te Den Haag no. 00146985

Presentatie van de uniformen van het Papoea Vrijwilligerskorps in het Ministerie van KolonieŽn aan het Plein te Den Haag.

Vanaf maart tot augustus 1962 zijn de vijf pelotons herhaaldelijk tegen infiltranten ingezet. Hierbij werd een schema gehanteerd, waarbij steeds drie pelotons in actie waren, terwijl twee pelotons op adem kwamen in de Legerplaats Arfai. De Papoeaīs speelden een belangrijke rol bij de bestrijding van de verschillende Indonesische infiltratiepogingen.

De pelotons bleken goed gedisciplineerde eenheden te zijn, die beschikten over een groot uithoudingsvermogen en een goede aanvalsgeest. Zij konden zich in het zware terrein snel verplaatsen. Het kwam vaak voor dat de Papoeasoldaten tijdens acties zware wapen en uitrusting van Nederlandse soldaten droegen omdat deze uitgeput waren. De PVK-sodaten hadden tijdens de gevechtspatrouilles aan weinig behoefte en vonden de gevechtsrantsoenen van de mariniers te overdadig en zwaar. De Nederlandse militair zag de Papoea-soldaat als een welkome versterking.

In januari 1962 had de Nieuw-Guinea Raad aangedrongen op een snelle uitbreiding van het Papoea Vrijwilligerskorps. Kolonel Van Heuven antwoordde hierop met de boodschap dat gezien de opgedane ervaringen de opleidingstijd verkort kon worden, waardoor het oorspronkelijk gestelde doel van 800 man in drie jaar tijd, op 1200 man gebracht kon worden. Bovendien werden in juni 1962 een achttal kandidaten voor een opleiding tot officier geselecteerd, die in het najaar zou kunnen beginnen.

Bevorderden van het PVK
Bevorderden van het PVK

Deze fraaie plannen werden in augustus abrupt onderbroken door de bestandsovereenkomst. Het PVK bleef in eerste instantie deel uitmaken van de Nederlandse krijgsmacht, maar werd in oktober hieruit losgemaakt en ter beschikking gesteld van de United Nations Temporary Executive Authority (UNTEA). Bij de overdracht aan IndonesiŽ op 1 mei 1963 werd het PVK ontbonden.

Staatssecretaris van Marine Petrus Jozef Sietze de Jong tijdens inspectie van erewacht van het Papoea Vrijwillgers Korps no. 00240225
Staatssecretaris van Marine Piet†de Jong tijdens inspectie van erewacht van het Papoea Vrijwillgers Korps

Groep militairen van het Papoea Vrijwilligers Korps met hun Nederlandse instructeur en enige militairen van de PB met witte helmen en beenwindsels no. 00146995
Groep militairen van het Papoea Vrijwilligers Korps met hun Nederlandse instructeur en enige militairen van de PB